Buurtkamers en voorzorgcirkels 2021

Interview met Peter van Zanten en Wendy Huijbers

Het kan iedereen zomaar overkomen dat ‘ie ineens wél zorg nodig heeft.

Peter van Zanten

Sociom leverde in 3 gemeentes en op 5 plekken dagbesteding in het Land van Cuijk. Van daaruit is het idee ontstaan voor Buurtkamers: een laagdrempelige plek waar mensen met en zonder indicatie terecht kunnen voor dagbesteding.

Corona

Peter gelooft in het concept van Buurtkamers. ‘Natuurlijk zijn er wel lastige vraagstukken: krijgen mensen met klassieke dagbesteding wel genoeg aandacht als geïndiceerde en niet-geïndiceerde zorg samenkomt? Ik denk dat het in theorie en praktijk heel goed mogelijk is.’ Corona gooide wel roet in het eten. Doordat de Buurtkamers dan weer wel en dan weer niet open konden gaan voor mensen zonder indicatie, was het bijzonder lastig een goede proof of concept neer te zetten. ‘We konden maar heel even actief promoten voor de Buurtkamers. En als we dat gedaan hadden moesten we vaak onverwacht weer dicht waardoor alles niet door kon gaan.’ Voor hem bestond het jaar 2021 dan ook vooral uit lobbyen en zorgen dat intern het team op de rit bleef. Want de dagbesteding voor geïndiceerde zorg moest ook in de lockdowns doorgang vinden en dat was een logistieke uitdaging. ‘Al met al heeft corona ervoor gezorgd dat de Buurtkamers niet goed van de grond gekomen zijn.’

Inclusieve samenleving

Peter: ‘De politiek is erg enthousiast over het idee van een inclusieve samenleving. De Buurtkamers zijn door de mix van geïndiceerde en niet-geïndiceerde dagbesteding een mooie opstap naar dagbesteding. Maar er zitten haken en ogen aan door verschillende opvattingen. Zo wordt door WMO minder snel een beschikking afgegeven omdat wordt gedacht dat het niet nodig is als er toch al dagbesteding is waar iedereen terecht kan en waar ook professionals rondlopen.

Wendy is projectleider bij de voorzorgcirkels (mede gefinancierd door ZonMW). Zij is als opbouwwerker onder andere verbonden aan de Huiskamers: burgerinitiatieven. Zij onderschrijft Peters bevindingen. ‘Gemeentes geven aan dat ze het belangrijk vinden dat er zoveel mogelijk zorg in de nulde lijn plaatsvindt. Dan is het ook belangrijk daar middelen voor beschikbaar te stellen. In het geval van de Buurtkamers komen die middelen enkel uit de WMO-indicaties.’

Ook inwoners hebben nog moeite met het concept van een inclusieve samenleving. Peter legt uit: ‘Mensen worden tegenwoordig ouder en we verwachten van mensen dat ze steeds langer zelfstandig blijven wonen. Maar daardoor worden zij zich ook steeds minder bewust van hun kwetsbaarheid. Vandaag gaat het goed, maar morgen kan dat anders zijn. Die boodschap wil er bij veel ouderen niet in; wél voor anderen, maar niet voor zichzelf. Ze worden er niet graag mee geconfronteerd dat het ook om hen gaat als we zeggen dat er een dag komt waarop ze een ander hard nodig hebben. Dat maakt ook dat ze in hun vrije tijd liever niet samenkomen met mensen die inmiddels iets mankeren. Zelfs niet als het gaat om de buurman met wie ze tot dan toe regelmatig goed contact hadden. Daarom organiseerden we ook een bijeenkomst met een specialist van Alzheimer Nederland om wat meer bewustzijn te creëren; het kan iedereen zomaar overkomen dat ‘ie ineens wél zorg nodig heeft.’

Samenwerking

Naast geïndiceerde dagbesteding zijn er ook in de dorpen zelf activiteiten en voorzieningen, georganiseerd door bijvoorbeeld de KBO. Deze burgerorganisaties waren ook bezig met huiskamer of buurtkamerinitiatieven. Wendy: ‘Wij hebben die initiatieven vanuit het opbouwwerk ondersteund, ook op administratief gebied bijvoorbeeld. Een belangrijk verschil met onze Buurtkamers is dat in de Huiskamers niet zoveel mensen komen met een echte hulpvraag. En corona was voor deze initiatieven echt een dilemma. Alles heeft 2 jaar stilgelegen omdat ze niet door mochten gaan. Tijdens de lockdowns, waarin wij als professionals ons werk mochten blijven doen maar vrijwilligers bij burgerinitiatieven niet, was er dan ook veel onbegrip, vult Peter aan.

Peter: ‘Ik zie onszelf als keten. Iedereen kan in de Buurtkamers iets halen of brengen maar de Buurtkamers zijn niet geschikt voor iedereen; mensen die té vitaal zijn zullen zich er niet thuis voelen en mensen die téveel zorg nodig hebben kunnen er niet goed worden bediend. We zitten dan met de Buurtkamers in vergelijking tot de Huiskamers meer aan de zorg kant. En dus kunnen we elkaar goed aanvullen en ondersteunen.’ ‘Onze taak is niet om mensen beter te maken. Onze taak is om de situatie van mensen zo lang mogelijk stabiel te houden en kwalitatief zo goed mogelijk te laten zijn. Tegelijkertijd moeten we de iets jongere groep steeds blijven uitdagen om zich te ontwikkelen op het gebied van digitalisering en netwerken. We moeten zorgen dat zij klaar zijn voor een latere fase. Om Buurtkamers een succes te laten zijn is het belangrijk dat iedereen dat begrijpt en zijn of haar rol goed kan uitvoeren.’

Verklaring cijfers

‘Dagbesteding vanuit geïndiceerde zorg wordt gefinancierd en verantwoord op individuele basis aan de WMO. Onze grootste uitgaven zitten in personeel, huur accommodatie en vervoer. Daar moet een aantal deelnemers tegenover staan om die kosten te dekken. Op 4 locaties lukt dat min of meer, maar in Boxmeer nog niet, al vinden we het lastig te verklaren hoe dat komt. Wel zien we dat daar verwijzers minder naar ons verwijzen. In 2021 hebben we 60 deelnemers gehad. Dat is niet voldoende maar wel groeiende en we werken er met het team hard aan om dat in 2022 nog meer te laten zijn.’

Vooruitblik

‘Onze doelgroep groeit bijzonder hard. Er zijn steeds meer 50-plussers, dus het wordt steeds urgenter om mensen te begeleiden bij het ‘met elkaar doen’. Voorzorgcirkels maakt deel uit van project Sleutel tot langer thuis, samen met Woonscans. In 2022 zullen we daarom onder andere nog meer bijeenkomsten organiseren om mensen bewuster te maken van de consequenties van ouder worden. Dat was in 2021 al het plan maar kon door corona niet doorgaan.’